 |
|
 |
 |
Rookmelder
Rookmelder
Een rookmelder heeft een positieve pool en een negatieve pool, net als een batterij. Tussen die twee polen zit een soort gas. Door dat gas kan een klein elektrisch stroompje lopen. Dat loopt dan dus tussen de twee polen. Als dat stroompje er is, geeft de positieve pool door aan een processor dat er een elektrisch stroompje loopt. Die processor keurt dat goed, er is dan niks aan de hand. De rookmelder piept dan niet. Als er brand is, komt er rook bij het gas tussen de 2 polen. Door die rook kan het elektrische stroompje niet meer lopen. De positieve pool geeft dan aan de processor door dat er geen stroompje meer loopt. Dan komt de processor in actie en gaat het alarm piepen.
Optische Rookmelder
In een optische rookmelder bevindt zich een fotodiode en een lichtbron. Wanneer er rook bij komt, wordt het licht verstoord wat door de detector wordt gezien. Bij de directe methode staan de lichtbron en de detector recht tegenover elkaar. Bij afwezigheid van rook kan het licht de fotodiode probleemloos bereiken. Als er rookdeeltjes aanwezig zijn tussen de lichtbron en de fotodiode zal de hoeveelheid opvallend licht verminderen en zal de melder alarm slaan. De meeste rookmelders werken volgens de indirecte methode. Daarbij staan de lichtbron en de detector schuin tegenover elkaar. Bij rook weerkaatst het licht op de rook, waardoor er meer licht op de detector valt en deze alarm slaat.

Koolmonoxide melder
Koolmonoxide ontstaat bij de onvolledige verbranding, zoals bijvoorbeeld bij slecht functionerende geisers, Cv ketels en open haarden. Koolmonoxide is een zeer giftig, reukloos en onzichtbaar gas. Blootstelling aan een lage concentratie gedurende een langere periode levert klachten op zoals hoofdpijn, misselijkheid en duizeligheid. Een hoge concentratie gedurende een korte periode is echter dodelijk. Koolmonoxide wordt niet door een van onze zintuigen waargenomen en ook niet door een rookmelder gedetecteerd. Daarom is het belangrijk om naast een rookmelder ook een koolmonoxide melder in te hebben hangen die een alarm geeft zodra er de concentratie koolmonoxide te hoog is. Een koolmonoxide melder in huis red levens.

Hitte melders
Hittemelders maken gebruik van een thermistor als sensor. De weerstand van deze thermistor is afhankelijk van de tempratuur. De referentie tempratuur staat vast gesteld op 57ºC. De snelheid waarmee de tempratuur verandert (dit wordt elektronisch gemeten), is een indicatie voor de hittemelder om in alarm te gaan. Hittemelders zijn niet gevoelig voor rookdeeltjes en daardoor niet geschikt voor plaatsing in vluchtroutes. Ze zijn uitermate geschikt voor plaatsing daar waar rookmelders een vals alarm kunnen geven zoals bijvoorbeeld nabij badkamers, keukens, en garages. Gebruik daarom een hittemelder altijd in combinatie met rookmelders.

| | | |
|
|